|
|
|
|
|
Nieuws 03 februari 2006 — Impact van het gezonken schip ECE op het mariene milieu Het schip ECE dat dinsdagmorgen in aanvaring kwam voor de kust van Cherbourg, Frankrijk, had een lading van 10,000 ton fosforzuur aan boord verspreid over 6 tankruimtes. Eén van deze tanks zou beschadigd zijn zodat een deel van het fosforzuur in zee terecht zou zijn gekomen. Het schip is ondertussen gezonken. Het fosforzuur zal in aanraking met het zeewater oplossen en er zullen dan fosfaten vrijkomen. Fosfaten komen in de natuur voor en deze stoffen zorgen, samen met nitraten, voor de voeding van fytoplankton, het plantaardige plankton dat aan de basis van het voedselweb ligt. De natuurlijke hoeveelheden fosfaten zorgen ervoor dat er in de lente een groei van het plankton ontstaat. Bijkomende fosfaten vormen dus eigenlijk een "bemesting" van het ecosysteem en zijn niet toxisch. De maximale hoeveelheden die hier zouden vrijgekomen zijn, zijn aanzienlijk en kunnen vergeleken worden met de hoeveelheid fosfaten die op twee maanden tijd door de rivier de Seine naar zee wordt gevoerd. De landen van de Noordzee werken samen om de aanvoer van fosfaten door rivieren te beperken om de problemen die gepaard gaan met extreme bloei van algen tegen te gaan (eutrofiëring). De BMM voerde enkele computersimulaties met het model MIRO&CO-3D uit om de mogelijke verspreiding van de fosfaten en het effect op mariene algen te bepalen. De modellen voorspellen dat wanneer in het ergste geval alle tanks met fosforzuur leeglopen, de concentratie van fosfaten snel zal verhogen (tot 3 maal de normale concentratie) in een omtrek van 2km rond het wrak. De fosfaten zullen verdund worden en na 1 of 2 maanden zal de concentratie terug normaal zijn. Het duurt ongeveer 4 maanden voordat de fosfaten de Belgische wateren zullen bereiken. Maar door de verdunning, zal het verschil met de natuurlijke situatie zich beperken tot enkele percenten. Aangezien de natuurlijke variabiliteit van de concentratie aan fosfaten van jaar tot jaar kan verschillen met 50%, zal dit effect in de Belgische wateren niet te detecteren zijn; noch in de concentratie van fosfaten, noch in de algen die zich ermee voeden, en dit zelfs in het ergste geval. Het computermodel MIRO&CO-3D werd ontwikkeld door de BMM en de Université Libre de Bruxelles in het kader van het project AMORE, gefinancierd door het Federaal Wetenschapsbeleid. Kaarten van simulaties:
|
Kustvoorspellingen
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
© MUMM | BMM | UGMM 20022010 webmaster@mumm.ac.be De BMM is een departement van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen |