|
|
|
|
|
Nieuws 03 februari 2012 — Norther ontvangt vergunningen offshore windpark
Het Northerpark heeft een totaal vermogen van 258 tot 420 megawatt en zal 230.000 tot 430.000 huishoudens van stroom voorzien. Het ligt op 21 kilometer uit de kust van Zeebrugge. De diepte varieert van 14 tot 30 meter. Het park zal een oppervlakte van 44 km² beslaan. In 2014 zou met de bouw van het park gestart worden en de eerste stroom zou dan tegen 2015 kunnen geleverd worden.
20 januari 2012 — Eerste geostationaire satelliet om kleur van de ocean te meten. De BMM gebruikt al jaren satellietbeelden van de kleur van de oceaan om aspecten van kustwaterkwaliteit zoals chlorofylconcentraties te onderzoeken. Wij krijgen één beeld per dag van de ENVISAT/MERIS satelliet/sensor van het Europese Ruimteagentschap en van de AQUA/MODIS satelliet/sensor van NASA. Maar als het weer bewolkt is op het moment dat de satelliet overvliegt, dan zijn er geen gegevens. Dit is het grootste probleem in het praktisch gebruik van de kleurbeelden via satelliet. Het aantal bruikbare satellietbeelden per jaar is ongeveer 35-40 voor Belgische wateren. Kan dit verbeterd worden? Het antwoord bevindt zich in het gebruik van geostationaire satellieten, in plaats van satellieten met een polaire orbit. Satellieten die langs de polen vliegen zoals Envisat en Aqua, draaien rond de Aarde van boven de Noordpool naar de Zuidpool (ze kijken naar de dag-kant van de Aarde) en terug omhoog naar de Noordpool (ze kijken naar de nacht-kant). Aangezien de Aarde rond haar eigen as draait, geeft dit een globale kaart van de oppervlakte van de Aarde in één dag, ….maar alleen als het niet bewolkt is. Geostationaire satellieten, bevinden zich boven de evenaar en draaien rond dezelfde as en met dezelfde snelheid, dan de Aarde. Zo kunnen ze permanent naar hetzelfde punt op Aarde kijken. In plaats van de hele Aarde in één dag te bekijken, zien ze altijd dezelfde kant van de Aarde, maar ze kunnen verschillende beelden per dag nemen. Indien ze elk uur een beeld nemen, kan zo een geostationaire satelliet wel altijd een beeld zonder wolken vinden. Dit zorgt ervoor dat we het aantal dagen per jaar dat we een kaart van chlorofyl in Belgische wateren kunnen maken, zouden kunnen verdubbelen. Daarbij komt nog, dat het op wolkenvrije dagen, mogelijk zal zijn om snelle veranderende processen te kunnen volgen. Bijvoorbeeld, sedimentpluimen die met het getij veranderen, en die kunnen niet gevolgd worden door beelden die maar eens per dag genomen worden. Voor mariene wetenschappers die deze data gebruiken, zal dit een enorme stap voorwaarts zijn in het observeren van de oceanen. Terwijl geostationaire satellieten heel algemeen in gebruik zijn voor telecommunicatie en meteorologie (zoals METEOSAT), werden ze nog niet gebruikt voor de kleur van de oceanen, omdat er nog problemen waren met de zeer strikte vereisten in nauwkeurigheid voor zo een hoge orbit. Een haalbaarheidsstudie van de BMM, gebaseerd op gegevens van een meteorologische satelliet, toonde het potentieel voor het gebruik van geostationaire satellieten in de oceanografie. Het volledige potentieel is nu duidelijk aangezien gegevens beschikbaar worden van de Koreaanse GOCI-sensor, de eerste geostationaire sensor in de wereld die ontworpen is om de kleur van de oceanen te meten. Tijdens de GOCI-workshop vorige week in Zuid-Korea (11-13 januari 2012) hebben de BMM en andere onderzoeksteams de eerste data van deze sensor voorgesteld. Hij produceert elk uur een kaart van chlorofyl en materie in suspensie voor de zone Korea/China/Japan. Het potentieel en de haalbaarheid van geostationaire satellieten is nu volledig bevestigd. Beelden van de Bohai Zee (China) genomen door de GOCI-sensor op 12 juni 2011 elk uur van 00.16u tot 07.16u UTC. Wolken zijn wit, water is blauw of groen, afhankelijk van de turbiditeit, atmosferische waas is transparant wit. Data van KOSC, aangepast door BMM en State Key Laboratory of Marine Environmental Science, Xiamen University, China. Het enige probleem is dat we nog jaren zullen moeten wachten voordat zo een sensor beschikbaar wordt in Europa. Europese en Amerikaanse wetenschappers volgen de ontwikkelingen van GOCI van dichtbij zodat we met deze ervaring kunnen bijdragen aan het ontwerp van toekomstige sensoren in onze gebieden. Het is interessant voor de BMM dat één van onze vroegere collega’s, Dr Youngje Park, een belangrijke rol speelt in het GOCI-team van wetenschappers in het Korean Ocean Satellite Center, en dus in het hart van deze nieuwe interessante ontwikkelingen. We kijken er naar uit om onze samenwerking met Youngje en zijn GOCI-collega’s in de komende jaren verder te zetten. Het BMM-onderzoek met geostationaire sensors voor de kleur van de oceaan wordt gefinancieerd door BELSPO’s STEREO-programma via het project GEOCOLOUR (SR/00/139).
06 januari 2012 — Stranding van een Kemps zeeschildpad
Het gaat om een jong dier, het rugschild had een lengte van 25 cm. Om tot een schildlengte van 20 cm te komen duurt het ongeveer 1,5 tot 2 jaar (maximaal 4 jaar). Volwassen Kemps zeeschildpadden kunnen tot 65 cm lang worden. Bij de meeste strandingen in het noordelijk deel van Europa gaat het om jonge dieren die op drift geraakt zijn en de meeste strandingen vinden plaats in het in de herfst- en winterperiode. Bij een tempratuur van 13 °C, worden de dieren namelijk inactief en gaan ze drijven; wanneer de koude periode te lang duurt sterven ze. Dit is de eerste stranding op onze kust. In Nederland waren er in totaal 5 strandingen, de laatste op 12 december 2011 toen er een levend exemplaar aanspoelde op het strand van het Monster (Zuid Holland). In Le Touquet (Frankrijk) werd op 4 januari ook al een specimen gevonden.
20 december 2011 — Lichtverzwakking en terugverstrooiing is specifiek voor massa Het onderzoek van Griet Neukermans i.s.m. de Laboratoire d’Océanologie et de Géosciences (Wimereux) naar de variabiliteit van de lichtverzwakkings- en terugverstrooiingscoefficient per eenheid drooggewicht van deeltjes in suspensie in de zee werd recentelijk gepubliceerd in Limnology and Oceanography. De link tussen verstrooingseigenchappen van licht met golflengte 650 nm en het drooggewicht van gesuspendeerde deeltjes werd onderzocht met behulp van een uitgebreide dataset van in situ metingen in kustwateren in Europa en Frans Guyana. De variabiliteit van de lichtverstrooiing per eenheid drooggewicht werd onderzocht m.b.t. de grootte, dichtheid en samenstelling van de deeltjes in suspensie. De wetenschappers tonen aan dat de lichtverzwakkingscoefficient per eenheid drooggewicht sterk varieert (meer dan één grootteorde) en dat die variabiliteit sterk gedreven wordt door de dichtheid van de deeltjes. De terugverstrooiingscoefficient per eenheid drooggewicht varieert minder sterk en is voornamelijk gedreven door de samenstelling van de deeltjes. Dit werk draagt bij tot een beter begrip van de optische variabiliteit in de zee en levert nieuwe mogelijkheden tot ontwikkeling van algoritmen voor de kartering van drooggewicht van deeltjes in suspensie d.m.v. satellietbeelden.
09 december 2011 — Kaarten maken met satellieten: in de Noordzee, maar ook daarbuiten? Het Remote Sensing and Ecosystem Modelling (REMSEM) team van de BMM heeft methodes ontwikkeld om kaarten te maken van fytoplankton en turbiditeit in de Noordzee afkomstig van gegevens van satellieten. Deze kaarten worden gebruikt voor de mariene wetenschappelijke wereld en toepassingen in milieumanagement. Maar is het ook mogelijk om dezelfde methodes toe te passen in een zeer verschillend deel van de wereld? Dat is de vraag die Ana Dogliotti, een onderzoekster van het Instituto de Astronomia y Fisica des Espacio (IAFE) in Argentina stelde. Ana bracht een postdocotraal bezoek aan de BMM, met een beurs van BELSPO en de Europese Commissie. Ana’s onderzoek toonde dat, ook al worden dezelfde basistheoriën en calibraties gebruikt voor toepassingen in satellietkartering in de Noordzee en in het La Plata estuarium in Argentinië, toch is het nodig om de golflengtes aan te passen, aangezien het water in België troebel is, maar in La Plata extreem troebel. Dit onderzoek zorgt ervoor dat technieken om kaarten uit satellietbeelden te maken, niet alleen in de Noordzee kunnen gebruikt worden, maar ook in nieuwe gebieden, zoals ’s werelds grootste rivierestuaria en mondingen (zoals La Plata, Gironde, Yangtze, Amazone) en binnenwateren.
Links op de figuur zie je een satellietkaart, van 300 km op 300 km, aan het Rio de La Plata estuarium tussen Argentië en Urugay. Rechts staat de turbiditeitskaart die berekend werd met de satellietgegevens, gebruik makend van de nieuwe methodologie van Ana. De rode zone wijst op een extreem troebel water, waar er zoveel partikels in het water zitten dat het onmogelijk is om dieper dan enkele centimeters onder water te kijken. Nu deze methodes voor het La Plata estuarium werken, is de volgende stap om de satellietkaarten verder te gebruiken, bijvoorbeeld om te begrijpen hoe vislarven voordeel kunnen halen uit troebel water om zich te verstoppen voor predatoren. Meer nieuws hierover volgend jaar…?
Volgende pagina
Laatste pagina
|
Kustvoorspellingen
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
© MUMM | BMM | UGMM 20022012 webmaster@mumm.ac.be De BMM is een departement van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen |