|
|
|
|
|
De resultaten Na 15 jaar inspanning en aanwezigheid op het terrein kan terecht de vraag worden gesteld tot welke resultaten het programma voor toezicht vanuit de lucht inmiddels heeft geleid. — Op 6 juni 2006, had onze ploeg voor luchttoezicht zo goed als 4.800 uren gevlogen waarvan ongeveer 3. 500 boven de zee. Zij voerde 2.783 vluchten uit, waarvan 12% ’s nachts of tijdens het weekend.
Aantal vluchturen jaarlijks verdeeld — Het vliegtuig kwam in actie bij 23 scheepsongelukken. Het laatste is dat van de Tricolor, dat gedurende meer dan een jaar de Franse en Belgische diensten mobiliseerde. — Het kwam 13 lozingen op het spoor die door het internationale recht zijn toegestaan – omdat het ging om niet toxische plantaardige oliën – en 611 overtredingen, waarvan 572 werden geïdentificeerd als minerale olieresten en 39 als substanties van chemische of onbekende oorsprong. — Er werden 31 bezwarende dossiers tegen schepen opgesteld. 12 van deze processen-verbaal werden overgemaakt aan het parket, dat op deze manier kon overgaan tot vervolgingen in België. De overige 19 werden overgemaakt aan buitenlandse overheden, hetzij aan het land onder wiens vlag de schepen in kwestie voeren, hetzij aan het land van de haven van bestemming. 31 processen-verbaal op 611 opsporingen, dat staat voor slechts 5 procent van de gevallen! Spijtig genoeg wil dit zeggen dat in 95 procent van de gevallen, het schip dat de overtreding beging reeds ver weg was toen de lozing door het vliegtuig werd opgemerkt. — Nochtans zijn er redenen om te denken dat deze vervolgingen een ontradend effect hebben gehad op de potentiële vervuilers. Het aantal opgemerkte lozingen loopt terug: in de jaren 90 werden jaarlijks ongeveer 50 olielozingen opgemerkt (gemiddeld is dat 0,23 opsporingen per vlieguur of één opsporing om de 4.5 uur). Sinds 2000 worden jaarlijks nog slechts een dertigtal lozingen opgemerkt (dit stemt overeen met 0,11 opsporingen per vlieguur, of één om de 9 vlieguren). Ook het totale volume van de lozingen loopt terug.
In het jaar 1999 werd een strengere wetgeving van kracht inzake illegale zeeverontreiniging door schepen. De internationale normen voor operationele olielozingen in de Noordzee werden strenger. Op nationaal vlak kwamen er de wet "marien milieu" (MMM-wet) en de wet "exclusief economische zone" (EEZ-wet) die zorgden dat schepen binnen het volledige Belgisch zeegebied vervolgd kunnen worden.
Daarnaast kunnen we deze resultaten vergelijken met internationale statistieken. Alle Europese toezichtvliegtuigen die opereren boven de Noordzee en de Baltische Zee registreerden samen in 2000, 1.233 lozingen en in 2004, slechts 771, een daling van 37 procent op vier jaar tijd. De algemene inspanning, die wordt ondersteund door internationale verdragen, werpt dus duidelijk vruchten af. Oorspronkelijk was het programma voor luchttoezicht bedoeld om de rijkdom van de zee te beschermen tegen operationele lozingen door schepen en tegen de gevolgen van incidentele lozingen. Maar in de loop der jaren werd het vliegtuig een onvervangbaar observatiewerktuig om aan de wetenschappers een vlug en globaal overzicht te bieden van de natuurverschijnselen op zee. |
Kustvoorspellingen
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
© MUMM | BMM | UGMM 20022010 webmaster@mumm.ac.be De BMM is een departement van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen |