|
|
|
|
|
Methodes en instrumenten De Methodes Tijdens elke toezichtvlucht wordt een op voorhand gepland en continu variërend traject gevlogen tussen vaststaande coördinaten. Afhankelijk van de gedane observaties kan hiervan worden afgeweken tijdens de vlucht
Tijdens een routineuze controlevlucht scant het vliegtuig met twee zijdelingse radarantennes het zeeoppervlak af op zoek naar vlekken van polluent. Deze specifieke radar is een Side Looking Airborne Radar (SLAR) die door middel van uitgezonden microgolven een strook van 40 km rondom het vliegtuig in beeld brengt. Van zodra een mogelijke zeeverontreiniging wordt opgespoord gaat het vliegtuig dit nader gaan bekijken. De zeeverontreiniging wordt vervolgens gedocumenteerd met zowel optische sensoren, zijnde een reflexcamera en een videocamera, als specifiekere sensoren zoals een infraroodcamera en een ultraviolet sensor. Wanneer een minerale olievervuiling wordt opgespoord, berekent de operator bij benadering de hoeveelheid geloosde olie in het zeewater. Dit geschatte olievolume in zee is belangrijk om de impact ervan op het mariene ecosysteem te kunnen evalueren. Allereerst zal de operator de positie van de olievlek vastleggen op een elektronische navigatiekaart door over de olievlek heen te vliegen. Nadien wordt de dekkingsgraad van de olie vastgelegd aan de hand van referentietabellen. Zo komt men tot een benadering van het olieoppervlak aan het zeeoppervlak. Vervolgens wordt de dikte van de olielaag geschat op basis van een internationaal erkende referentieschaal. Deze schaal is erkend door al de landen van het Akkoord van Bonn (sinds 2004 de “Bonn Agreement Oil Appearance Code – BAOAC”). De BAOAC baseert zich op zeer typische olieschakeringen en laat toe om een minimum en een maximum dikte van de olielaag te schatten. Het minimum berekende volume wordt gebruikt voor statistische en gerechtelijke doeleinden en het maximum volume wordt gebruikt bij bestrijdingsdoeleinden.
Elke schakering komt overeen met een welbepaalde dikte van de laag koolwaterstoffen op het wateroppervlak
Wanneer een schip op heterdaad wordt betrapt, voert het vliegtuig een manoeuvre uit om het schip te benaderen en de vervuiler te identificeren. De opgave bestaat eruit om op een veilige manier zowel overdag als ‘s nachts dicht langs het vaartuig te vliegen om de naam en thuishaven op de romp af te lezen.
Naderingsmanoeuvre om een schip te identificeren. Bron: Oil pollution at sea, Securing evidence on discharges from ships. Manual, Bonn Agreement, 1993
Jammer genoeg kan de vervuiler soms al ver uit de buurt zijn... Wanneer de operator een inbreuk heeft kunnen waarnemen, zal zo snel mogelijk een proces-verbaal van vaststelling worden opgesteld. De BMM beschikt over een beeldverwerkingstation, waardoor het mogelijk is het schriftelijke gedeelte van het proces-verbaal te verrijken met beeldopnames. Het proces-verbaal wordt daarna overgemaakt aan het bevoegde Belgische parket, dat desgevallend contact opneemt met de Staat onder wiens vlag het schip vaart. Hoe de verdere vervolging verloopt, is afhankelijk van de inbreuk, de nationaliteit van het schip en de volgende aanloophaven. De instrumenten 1. SLAR - Side Looking Airborne Radar
Het afvlakkend effect van olieachtige stoffen op de golven is de grondslag voor deze teledetectie vanuit de lucht. Bij vervuilingen die geen oile bevatten, dient de detectie overwegend visueel te gebeuren. 2. De ultraviolet-sensor toont de omvang van een olievlek en brengt de allerdunste olielaag alsnog in beeld. 3. De infraroodcamera duidt dan weer de dikste oliedelen aan doordat deze een temperatuurverschil hebben met het omliggende water. De lokalisatie van deze dikkere delen is essentieel voor oliebestrijdingsoperaties. 4. De analoge videocamera zorgt voor de opname van alle visueel waarneembare verschijnselen en zeeverontreiniging. De camera kan zowel lateraal als verticaal filmen. 5. De beelden van alle sensoren kunnen worden opgenomen met onderaan een data-annotatie die de datum, het tijdstip, de positie, de vliegrichting en snelheid alsook de vlieghoogte weergeeft. De sensoren worden bediend met de console. Ook de communicatiemiddelen worden bediend en opgenomen vanaf de console, zoals de maritieme radio en de intercom die alle dialogen binnen het vliegtuig maar ook de gesprekken met opgeroepen schepen omvat.
6. Via een elektronische navigatiekaart, geïnstalleerd op een draagbare computer gekoppeld aan een GPS-toestel, weet een luchtoperator exact de positie van het vliegtuig in het zeegebied. Deze computer bevat ook enkele handige bestanden zoals: de getijtafels, de technische specificaties van alle instrumentatie, procedures, alsook andere referentiedocumenten, enz. 7. Een digitale camera fixeert de beelden en maken het mogelijk met de overheden een efficiënte uitwisseling van duidelijke beelden van de werkelijkheid of een precies momentum in de tijd te kunnen opvangen. 8. De operatoren stellen ter beschikking van de overheden, maar ook van de wetenschappelijke wereld, de tijdens al de laatste jaren door de BMM geaccumuleerde kennissen maar vooral hun ogen. De menselijke observaties blijven nog een belangrijk element in de kwaliteit van de collecte van de gegevens die ter beschikking van de verschillende geïnteresseerden is gesteld. |
Kustvoorspellingen
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
© MUMM | BMM | UGMM 20022012 webmaster@mumm.ac.be De BMM is een departement van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen |