|
|
|
|
|
Waarom gebruiken wij ecosysteemmodellen? Ecosysteemmodellen kunnen gebruikt worden zowel om een beter inzicht te verwerven in het mariene ecosysteem, als om indicaties te verzamelen over hoe het ecosysteem zal reageren op veranderingen in de menselijke activiteiten. Met deze modellen krijgen wetenschappers een beter beeld van hoe soorten door elkaar en door fysische omstandigheden beïnvloed worden. Bijzondere aandacht hebben de milieubeleidmensen voor de uitgesproken groei van zeealgen, die op het einde van het voorjaar als vuil, bruin schuim op onze stranden opduiken. Dit kan veroorzaakt worden door een te grote aanvoer van nutriënten (nitraten en fosfaten) via rivieren en via de atmosfeer, een verschijnsel dat ook wel eutrofiëring genoemd wordt. Om dit probleem te beperken, proberen de Europese overheden de emissies van nitraten en fosfaten te verminderen. Zij nemen initiatieven zoals de verbetering van waterzuiveringsinstallaties en maatregelen in verband met industriële lozing en het gebruik van meststoffen in de landbouw. Zo suggereerde de Verklaring van Londen (1998) in het kader van de Noordzeeconferenties, dat de aanvoer van stikstof en fosfor naar de Noordzee over de periode van 1985-1995 met 50% moest verminderen. Gedetailleerde gegevens over dereducties die daadwerkelijk gehaald werden tijdens de periode 1985-2000 zijn beschikbaar. In 1998, zijn de Europese landen die te maken hebben met eutrofiëring, binnen de OSPAR-strategie inzake eutrofiëring overeengekomen om al het mogelijke te doen om «tegen 2020 te komen tot een gezonde mariene omgeving waar eutrofiëring niet voorkomt, en die toestand in stand te houden». Ecosysteemmodellen zijn hier bruikbaar om een betere wetenschappelijke basis te verstrekken en doen dit door de waarschijnlijke gevolgen van het milieubeleid op het fytoplanktonniveau, in te schatten. Dankzij de modellen kunnen alternatieve scenario's gesimuleerd worden, zoals verminderingen met uiteenlopende percentages van één of van beide nutriënten. Bijkomende gegevens voor de validering van het ecosysteemmodel komen van de satellietbeelden afkomstig van Envisat/MERIS, die gelanceerd werd op 1 maart 2002. De modellingactiviteiten van de BMM worden gefinancierd door het "programma voor Duurzame ontwikkeling van de Noordzee" van de Belgische Dienst voor Wetenschapsbeleid en worden opgezet in samenwerking met het laboratorium "Ecologie des Systèmes Aquatiques" van de Université Libre de Bruxelles (C.Lancelot), het College van Oceanografische en Atmosferische Wetenschappen van de Oregon State University (Y.Spitz) en het Laboratorium van Ecologie en Systematiek van de Vrije Universiteit Brussel (N.Daro) in het kader van het AMORE-project. Meer details over het project kan u bij de coördinator bekomen. |
Kustvoorspellingen
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
© MUMM | BMM | UGMM 20022012 webmaster@mumm.ac.be De BMM is een departement van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen |