|
|
|
|
|
Management Het mariene ecosysteem staat onder druk van allerlei vormen van vervuiling en menselijke activiteiten. Bescherming van dat systeem en permanente kwaliteitsverbetering zijn dan ook een zaak van iedereen: diverse samenwerkingsverbanden en overlegstructuren dragen daartoe bij. In de praktijk wordt deze vervuiling en druk doorgaans ingedeeld naargelang zij afkomstig zijn vanaf het land, of het gevolg van activiteiten op zee, of nog het gevolg van ongevallen. Maar steeds meer kiezen beleidsvormers voor een geïntegreerde aanpak, die het natuurbehoud en de bescherming van de biologische verscheidenheid tot doel heeft. Eén blik op een zeekaart volstaat om eenieder te overtuigen dat niets mogelijk is zonder echte internationale samenwerking. Deze samenwerking functioneert het meest doeltreffend op «regionale» schaal - voor ons is dat het noordoostelijk deel van de Atlantische oceaan en de Noordzee. De meest belangrijke overeenkomsten zijn de OSPAR-Conventie ter bescherming van het mariene milieu van het noordoostelijk deel van de Atlantische oceaan (Parijs, 1992), het Akkoord van Bonn betreffende de samenwerking in de strijd tegen vervuiling van de Noordzee door koolwaterstoffen en andere gevaarlijke stoffen (1983) en het systeem van Internationale Conferenties over de bescherming van de Noordzee. De BMM staat aan het hoofd van de Belgische delegaties op deze fora. Ze heeft de belangrijke taak van vooraf Belgische standpunten op te stellen, deze te verdedigen en toe te zien op de uitvoering van de genomen beslissingen, onder meer via aangepaste wetgeving. Ook binnen de Europese Unie werden allerlei initiatieven genomen of besproken, die een rechtstreekse of onrechtstreekse weerslag hebben op de kwaliteit van het milieu. Zo is er de Kaderrichtlijn Water 2000/60/EG, die een nieuw, belangrijk gegeven vormt in het mariene milieubeleid. Tijdens het Belgisch voorzitterschap (2de halfjaar 2001) was de BMM de piloot voor een ontwerp van aanbeveling betreffende de uitvoering van een geïntegreerd beheer van de kustzones van Europa. Daarover werd op de Raad van de Ministers van Leefmilieu van 29 oktober 2001, een politiek akkoord bereikt. De Noordzee is een open zee en vormt een klein deel van de oceanen die de planeet bedekken. De regels die er gelden, worden bepaald door de Conventie van de Verenigde Naties betreffende het Zeerecht. Het is dan ook logisch dat sommige initiatieven een wereldwijde dimensie hebben. Binnen gespecialiseerde agentschappen van de Verenigde Naties worden hierover besprekingen gevoerd en beslissingen genomen. Zo is er de Internationale Maritieme Organisatie, waarin de BMM actief is via het Marine Environmental Protection Committee. Daarnaast vormen de oceanen het onderwerp van Hoofdstuk 17 van Agenda 21 van de Conferentie van Rio (1992), waarvan de regelmatige toetsing voor wat België betreft door de BMM gebeurt. Tot slot neemt de BMM deel aan de voorbereidende werkzaamheden voor het jaarlijkse debat van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties over de oceanen. De behandelde dossiers belangen maar zelden één enkele sector aan. Ze veronderstellen in België verregaand overleg met alle bevoegde federale departementen en de Gewesten. Dit vindt in hoofdzaak plaats binnen de context van de Stuurgroep "Noordzee en Oceanen"van het Coördinatiecomité voor het Internationaal Milieubeleid, waarvan de BMM het voorzitterschap en het secretariaat op zich neemt - de jaarverslagen zijn beschikbaar. Voor de operationele aspecten gebeurt de coördinatie in het kader van de Kustwachtstructuur die opgezet werd door het samenwerkingsakkoord van 8 juli 2005. |
Kustvoorspellingen
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
© MUMM | BMM | UGMM 20022010 webmaster@mumm.ac.be De BMM is een departement van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen |