U bent hier: BMM > MANAGEMENT > ACTIVITEITEN OP ZEE > BAGGERSPECIE


Untitled Document

 In dit deel
 
Inleiding
 
Baggerspecie
 
Zand- en grindexploitatie
 
Windmolenparken
 
De Paardenmarkt
 
Mosselcultuur
   
 Verwante links
 
Vervuiling vanop het land
Chemische stoffen, nutriënten of radioactieve stoffen
 
Wat zegt de wet?
Huidige wetgeving
 
Modellen in ontwikkeling
Sedimenttransport modellen
   
 Beveel ons aan
 
Stuur deze pagina
per e-mail

Baggerspecie

Beheer baggerspecie

Voor de instandhouding van de maritieme toegangswegen tot de Belgische kusthavens en het op diepte houden van de Vlaamse kusthavens dient gebaggerd te worden (bevoegdheid van het Vlaamse Gewest). Deze grote hoeveelheden baggerspecie die in min of meerdere mate kan verontreinigd zijn, worden in zee teruggestort (bevoegdheid van federaal Leefmilieu) en kunnen een invloed hebben op het mariene ecosysteem.

Het beheer van baggerspecie is aldus een gemengde bevoegdheid. Hiertoe werd op 12 juni 1990 een samenwerkingsakkoord ondertekend tussen de Belgische Staat en het Vlaamse Gewest ter vrijwaring van de Noordzee van nadelige milieu-effecten ingevolge baggerspecielossingen in de wateren die vallen onder de toepassing van de Conventie van Oslo (BS 22.08.90) en gewijzigd bij Samenwerkingsakkoord van 6 september 2000 (BS 21.09.00).

Het storten in zee van baggerspecie is conform de wet van 20 januari 1999 gebonden aan de aflevering van een machtiging. De procedure voor het bekomen van een machtiging voor het storten in zee van baggerspecie afkomstig van de activiteiten door het Vlaamse Gewest ondernomen, is bepaald bij KB van 12 maart 2000 ter definiëring van de procedure voor machtiging van het storten in de Noordzee van bepaalde stoffen en materialen.

Vergunningen voor het storten in zee van baggerspecie

Momenteel zijn 5 machtigingen voor het storten in zee van baggerspecie van kracht. De maximaal gemachtigde hoeveelheden per jaar en per baggergebied worden gegeven in tabel 1. De geldigheidsduur is eveneens vermeld in tabel. Onder onderhoudsbaggerwerken wordt verstaan "het op peil houden van" en onder verdiepingsbaggerwerken wordt verstaan "verdiepingen of verbredingen in de havens en vaargeulen".

Voor het storten van de baggerspecie zijn verscheidene stortplaatsen in gebruik.

De in zee te storten baggerspecie dient te voldoen aan sedimentkwaliteitscriteria (SQC's), die zijn opgenomen in tabel 2.

Indien gelijktijdig de grenswaarde van 3 van de criteria overschreden wordt, mag de baggerspecie niet in zee gestort worden. Indien het analyseresultaat zich bevindt tussen de streef- en grenswaarde moet het aantal monsters worden opgedreven tot het vijfvoudige en moeten nieuwe analyses gebeuren. Als de nieuwe analyseresultaten de vorige bevestigen, moet worden overgegaan tot bioassays die op internationaal vlak worden voorgeschreven. Negatieve resultaten van deze bioassays kunnen leiden tot een verbod op het storten in zee van de baggerspecie afkomstig uit deze afgebakende gebieden.

Ongeveer om de 10 jaar wordt de kwaliteit van de baggerspecie geëvalueerd aan de hand van een grootscheeps monitoringsprogramma waarbij alle gebieden waar wordt gebaggerd, bemonsterd worden. Tabel 3 geeft een overzicht van de gemiddelde analyseresultaten van de meetcampagnes van 1990 en 2000.

Tabel 4 geeft een overzicht in de tijd van de hoeveelheden baggerspecie die in zee zijn gestort.

In het kader van de vergunningen voert de BMM eveneens onderzoeksprogramma's uit. Voor de selectie van stortplaatsen met een hoge efficiëntie werd een sedimenttransportmodel in verschillende fazen ontwikkeld. Deze modellen werden in verdere programma's verfijnd, gecalibreerd en gevalideerd.

Beheer baggerspecie op internationaal vlak

De wijze waarop baggerspecie in België wordt beheerd is volledig conform de internationale verplichtingen die voortvloeien uit het (regionaal) OSPAR-Verdrag en het (mondiale) Verdrag van Londen inzake de voorkoming van de verontreiniging van de zee ten gevolge van het storten van afval. Dit verdrag is de mondiale tegenhanger van het OSPAR-Verdrag. Het werd ondertekend in 1972 en er zijn momenteel 78 lidstaten. In 1993 startte een herziening van het Verdrag en deze werd beëindigd in 1996 met de aanvaarding van het "1996 Protocol bij het Verdrag van Londen". Dit Protocol is op de dag van vandaag nog niet van kracht omdat onvoldoende landen het geratificeerd hebben.

In het kader van OSPAR worden de"1998 Guidelines for the Management of Dredged Material" gevolgd. In het kader van het Verdrag van Londen worden de "Waste-specific Guidelines for Dredged Material" gevolgd.





Nieuws
Eurofleets: gefinancierde scheepstijd

De BMM werft aan

Kustvoorspellingen

GETIJDEN
OOSTENDE
[TAW]
 
Tijdstip
Hoogte
 Laag
6:10
0.50 m
 Hoog
23:50
4.30 m
 Table Graph North Sea animation Belgian coastal zone animation

Harmonische getijden 
Oostende 1980–2020:
  *tot
Formaat JJJJ-MM-DD
  
WIND
WESTHINDER
 Snelheid 5.66 m/s 
 Sector 264° , W 
 Table Graph Line plot North Sea animation
  
GOLVEN
AKKAERT
 Hoogte 1.17 m
 Table Graph North Sea animation
  
STROMINGEN
WESTHINDER
 Graph Polar plot Line plot North Sea animation Belgian coastal zone animation
  
TEMPERATUUR
OOSTENDE
 Graph Dagelijkse kaarten
  
SALINITEIT
OOSTENDE
 Graph Dagelijkse kaarten
  
TRANSPORT
  Daily maps
  

 

 © MUMM | BMM | UGMM 2002–2010 webmaster@mumm.ac.be
 De BMM is een departement van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen