
|
22 september 2009: Vinvis in Antwerpen
Op 22 september 2009 werd een walvis opgemerkt op de boeg van een schip dat Antwerpen binnenvaarde. De resultaten van de autopsie waren de volgende:
- soort: gewone vinvis, volwassen vrouwelijk dier
- goede lichaamsconditie (dikke laag vet)
- lengte: 20 meter!
- geschat gewicht: 40 ton!
- talrijke inwendige verwondingen in de buikholte, gebroken ribben, kneuzingen
- doodsoorzaak: gestorven ten gevolge van een aanvaring met een schip.
|
 |

|
05 maart 2006: bultrug gestrand
Op het strand van Lombardsijde, nabij Nieuwpoort, strandde zondagochtend 5 maart een dode bultrug. De bultrug was de dag ervoor al opgemerkt voor Oostende. De bultrug was een vrouwelijk dier van 10,50 meter lang en 15 ton. De autopsie bracht volgende resultaten aan het licht.
| Waarneming |
Verklaring
|
| Totaal gewicht: 15 ton |
Het dier was in goede lichaamsconditie |
| Dikte van het vetweefsel: 11,5cm |
Het dier was in goede lichaamsconditie |
| Inwendige bloeduitstortingen aan kop en nek |
Zware impact is op kop terecht gekomen |
| Linkerborstvin: open wonde en gebroken bot |
Bot was gebroken voor de dood |
| Linkerborstvin: een aantal parallelle verwondingen |
Impact van een propeller van een schip |
| Roze spieren |
Er was veel bloedverlies geweest |
| Vers voedsel in de darmen |
Het dier had recent nog gegeten |
| Vloeistof in de organen |
Inwendige rotting van organen was al opgetreden |
|
 |

|
3 januari 2005: hoge bijvangst van bruinvissen bij strandvisserij in 2004
De bruinvis is met zijn maximale lengte van 1,8m de kleinste walvisachtige die in de Noordzee leeft. Na decennia van vrijwel afwezigheid, komt dit zeezoogdier sinds de tweede helft van de jaren 1990 opnieuw vrij algemeen voor in de Belgische zeegebieden. Vooral in het voorjaar (januari tot mei) worden hier vaak bruinvissen waargenomen. Ook het aantal strandingen vertoont al een tijdje een stijgende trend. Tussen 1990 en 1996 werden jaarlijks 3 tot 6 gestrande bruinvissen gerapporteerd. Tussen 1997 en 2004 waren dat er 8 tot 40 (in 2004) per jaar.
Meer info: Artikel: Haelters, J. & Kerckhof, F., 2004. Hoge bijvangst van bruinvissen bij strandvisserij in het voorjaar van 2004. De Grote Rede 11: 6-7
|
 |

|
7 januari 2005: maanvis aangespoeld
In Knokke-Heist spoelde vandaag een dode maanvis (Mola mola) aan. De vis was 81 cm lang, 104cm hoog en woog 35 kg. Ook in Nederland werden de laatste dagen verschillende dode maanvissen op het strand gevonden.
De maanvis werd door de BMM opgehaald bij Sea Life Blankenberge voor opname in de collecties van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen. |
 |
|
15 december 2004: dwergvinvis verdronken in visnet
Op 14 december 2004 nam Eric Stienen van het Instituut voor
Natuurbehoud een dode dwergvinvis waar op enkele kilometers voor de kust
van Nieuwpoort. Het kadaver werd aan boord van de "Zeehond"
gehesen en aan wal gebracht. De vrouwelijke dwergvinvis van 4,20m was
in verse toestand.
Dwergvinvissen (Balaenoptera acutorostrata) leven in de
gematigde en koude zeeen van beide halfronden. Het is de kleinste baleinwalvis
en de enige walvis die frequent voorkomt in de centrale en noordelijke
Noordzee. Dwergvinvissen komen echter zelden tot bij ons in de zuidelijke
Noordzee. Hun voedsel bestaat in de Noordzee vooral uit kleine pelagische
vis zoals haring, sprot en zandspiering.
Strandingen van dwergvinvissen zijn bij ons zeldzaam. Er
zijn slechts 3 meldingen gekend. De recentste stranding dateert van 1931
in Blankenberge. Daarvoor waren er strandingen in de Schelde te Hemiksem
(1865) en te Blankenberge (1837). De laatste jaren waren er enkele strandingen
in Nederland.
Onderzoekers van de Universiteit van Luik hebben een autopsie
verricht op het dier. De bevindingen waren duidelijk. Ongetwijfeld is
het dier per ongeluk in een visnet terechtgekomen en erin verdronken.
Er werden enkele uitwendige sporen van bijvangst vastgesteld, en ook de
autopsie toonde onmiskenbaar deze doodsoorzaak aan. Het was overigens
geen gezond dier; daarvoor was de speklaag te dun. Er werd 27 kg verse
vis (haringachtigen) aangetroffen in de maag van het dier.
|
 |

|
5 mei 2004: waarneming van een
potvis
Op 5 mei 2004 zag dierenarts John van Gompel een levende
walvis nabij Blankenberge. Waarnemers aan boord van het toezichtsvliegtuig
van BMM identificeerden het dier als een potvis (Physeter macrocephalus).
De potvis was weliswaar levend, maar duidelijk in een zeer slechte
fysieke toestand. Het dier werd het laatst gezien voor de haven
van Zeebrugge op dezelfde dag. Net een maand later spoelde een potvis
in staat van ontbinding aan in Noord-Nederland; misschien hetzelfde
dier? We zullen het wellicht nooit weten.
Meer
informatie over potvissen
|
 |

|
26 februari 2004: stranding van
een dode potvis te Koksijde
Op 26 februari 2004 spoelde het kadaver van een potvis
aan te Koksijde. Het dier was al geruime tijd dood. De onderkaak
was reeds verwijderd. De BMM contacteerde buitenlandse instellingen
die strandingen van zeezoogdieren onderzoeken. Het bleek dat deze
potvis al eerder aanspoelde, op 28 januari 2004 in Thornham, Norfolk
(UK).
Meer
informatie over potvissen
|
 |

|
30 december 2003: stranding van
een levende maanvis
Maanvissen (Mola mola) zijn zeer zeldzaam aan
onze kust. Er zijn slechts een klein aantal strandingen en vangsten
gekend. De meeste strandingen gebeuren in de maand december. De
maanvis is de zwaarste beenvis die gekend is; het dier kan meer
dan 2 ton wegen. De maanvis die stervend aanspoelde in Middelkerke
op 30 december 2003 was een jong dier: ‘amper’ 59 cm
lang en 82 cm hoog. De resten werden opgenomen in de collecties
van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen.
Publicatie
|
 |

|
December 2003: Noordelijke zeehonden
in onze contreien
Vanaf eind 2002 tot eind 2003 werden aan de kusten
van de zuidelijke Noordzee en het Kanaal een uitzonderlijk hoog
aantal ‘noordelijke zeehonden’ opgemerkt. Bij ons worden
de grijze zeehond (Halichoerus grypus) en de gewone zeehond (Phoca
vitulina) als inheems beschouwd. In deze periode kwamen hier echter
zeehonden terecht die normaal gezien in arctische streken (Noord-Noorwegen,
Svalbard, Groenland,…) thuishoren.
Klapmutsen (Cystophora cristata) spoelden aan in Noord-Frankrijk
op 25 september 2003, en in Middelkerke op 30 september 2003 (zie
foto). Deze jonge dieren overleden te Sea Life Blankenberge, ondanks
de goede zorgen die ze daar kregen.
Een jonge zadelrob (Phoca groenlandica) strandde op
15 juni 2003 in Middelkerke. Het dier werd verzorgd te Sea Life
en uiteindelijk vrijgelaten in de Noordzee. Een andere zadelrob
werd waargenomen op een strandhoofd in Middelkerke op 16 september
2003.
Twee ringelrobjes (Phoca hispida) die aanspoelden
op 14 december 2002 en op 11 december 2003 in Noord-Frankrijk werden
overgebracht naar Sea Life Blankenberge. Volgens niet bevestigde
berichten werd het eerste diertje, dat vrijgelaten werd in het Kanaal,
in januari 2004 gedood te Groenland. Het andere dier werd in de
Noordzee vrijgelaten. |
 |

|
Olieverontreiniging bij berging
TRICOLOR: duizenden zeevogels getroffen
Tijdens de bergingswerken aan het wrak van de TRICOLOR,
op 14 december 2002 na een aanvaring gezonken in het Kanaal, komt
op 22 januari 2003 een hoeveelheid olie vrij. Deze olie zou de komende
weken duizenden zeevogels besmeuren. Alleen al aan de Belgische
kust werden 9.177 besmeurde zeevogels geteld. De BMM rapporteerde
samen met het Instituut voor Natuurbehoud, over de soorten en de
aantallen vogels die getroffen werden.
“Het
Tricolor-Incident: de gevolgen voor zeevogels in de Belgische zeegebieden”
[zie ook: voorblad
en colofon] |
 |
 |
Stranding van een gewonde grijze
zeehond
Op 11 mei 2001, werd een gewonde grijze zeehond (Halychoerus
grypus) gevonden op het strand van Knokke, nabij de Nederlandse
grens. Het jonge mannetje (38kg) had een wonde aan zijn nek, waarschijnlijk
veroorzaakt door verstrikt te raken in een visnet. Het dier werd
verzorgd in het Sea Life Blankenberge en werd weer vrijgelaten op
29 juni 2001 in de Baai van Heist. Op de foto is de wonde aan de
nek duidelijk zichtbaar.
|
 |
| |
Stranding van een dode grijze zeehond
Op 29 april 2001, spoelde een dode grijze zeehond
(mannetje, 84 kg) aan op het strand van De Panne, nabij de Franse
grens. De autopsie, uitgevoerd door de Universiteit van Luik, toonde
aan dat het jonge dier gestorven was door verdrinking.
|
 |

|
Bruinvis verdronken in warrelnetten?
Op 8 maart 2001, spoelde een jonge bruinvis aan op
het strand nabij Koksijde. Deze kleine dolfijn verdronk vermoedelijk
tijdens de nacht. Het dier was goed doorvoed, maar toonde duidelijke
sporen van een net aan de kop en de vinnen. Waarschijnlijk is de
bruinvis verstrikt geraakt in een warrelnet op de bodem, daar bij
laag tij geplaatst door recreatieve vissers. Bruinvissen zijn de
kleinste dolfijnen die in de Noordzee voorkomen. Het was een zeer
algemene soort aan onze kust tot de jaren '60; nu is het een bedreigde
soort. Vervuiling, verstoring en de bijvangst bij het vissen zijn
de grootste problemen. Sinds 1998 worden er vaker bruinvissen in
het zuidelijke deel van de Noordzee waargenomen. Op de foto zijn
de sporen van het net op zijn snuit te zien.
|
 |
 |
Stranding van een levende gestreepte
dolfijn Op 4 maart 2001 strandde een levende gestreepte
dolfijn (Stenella coeruleoalba) nabij Audresselles in het
noorden van Frankrijk. Het dier was zeer zwak en het werd overgebracht
naar het aquarium Nausicaa van Boulogne, waar men het de eerste
verzorging gaf. Van daaruit vervoerde de BMM het dier met een speciale
draagberrie naar Nederland waar het werd overgenomen door het gespecialiseerde
team van het dolfinarium van Harderwijk. In dit opvangcentrum worden
gestrande dolfijnen en bruinvissen verzorgd en later weer vrijgelaten.
Spijtig genoeg stierf de gestreepte dolfijn op 13 maart 2001.
Gestreepte dolfijnen zijn zeer zeldzaam in de Noordzee. Aan de Belgische
kust spoelde ooit één gestreepte dolfijn aan; in Frankrijk
was het de tweede stranding in enkele weken tijd.
|
 |

|
Derde stranding van een lederschildpad
in België
Op 19 december 2000, strandde een lederschildpad (Dermochelys
coriacea) op het strand van Oostende. Het mannelijke dier was
194cm lang was en woog 375kg. Op het ogenblik van de stranding was
de schildpad in zeer slechte conditie. Hij werd overgebracht naar
het Sea Life Blankenberge waar hij enkele uren later overleed.
Er werd een afgietsel van het dier gemaakt. Op 22
december 2000 voerde de Universiteit van Luik een autopsie uit.
Daaruit bleek dat er twee evenwijdige diepe wonden waren op de buikzijde
van het schild. Vermoedelijk werd het dier enkele dagen eerder geraakt
door de schroef van een schip.
Dit was de derde melding van een stranding van een
lederschildpad in België. In december 1988 spoelde enkel een
schild aan. Het was al in staat van ontbinding.
Het tweede dier kwam waarschijnlijk de Belgische wateren levend
binnen, maar werd geraakt door een schroef van een schip in september
1998. |
 |
 |