|
|
|
|
|
Natuurbehoud Alle activiteiten die de mens uitoefent op zee en aan land, hebben een invloed op het leven in zee en hun habitats. Daarom is een speciale bescherming aangewezen. Dit kadert in het Verdrag inzake biologische diversiteit dat door België bekrachtigd werd door de wet van 11 mei 1995 en waarvan het KBIN het nationale knooppunt is. De mariene aspecten van dit Verdrag werden toegelicht in het «Mandaat van Jakarta» van 14-15 november 1995. Voor de Noordoostelijke Atlantische oceaan wordt hieraan tegemoetgekomen door Bijlage V bij het OSPAR-Verdrag dat op 25 maart 1998 internationaal in werking is getreden en voor België op 28 augustus 2005 (goedkeuringswet van 6 maart 2002, Staatsblad van 23 september 2005, PDF, 5pp, 37KB). Op Belgisch vlak vormt de MMM-wet een stevige juridische grondslag om op dit vlak actie te ondernemen. De habitats binnen de Belgische mariene zone zijn typisch voor ondiepe kustwateren van gematigde zeeën die aan getijdenwerking onderhevig zijn. De sedimenten zijn hoofdzakelijk zandig maar allerlei obstakels zoals strandhoofden of scheepswrakken vormen een habitat voor dieren en planten die typisch zijn voor rotskusten. Vooral het westelijk deel van de Belgische kust met zijn merkwaardige, ondiepe zandbanken is ecologisch belangrijk vanwege de densiteit en verscheidenheid aan leven. Het belang van dit gebied (zie kaart) kreeg officieel vorm toen het uitgeroepen werd tot "mariene gebied van internationaal belang, in het bijzonder voor zeevogels", in het kader van de RAMSAR-Conventie, die door België bekrachtigd werd door de wet van 22 februari 1979. Deze classificatie is gebaseerd op het feit dat grote aantallen zeevogels, vooral zwarte zee-eenden, er overwinteren. De BMM staat in voor het toezicht op dit beschermde gebied.
In het kader van de Habitatrichtlijn [richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna] werd dit gebied als kandidaat voor het netwerk NATURA 2000 voorgedragen. Dit netwerk heeft tot doel een Europees netwerk te creëren, waarin ecologisch belangrijke zeegebieden met hun meest kwetsbare soorten en hun habitats bescherming genieten. Deze kandidatuur moet nog de goedkeuring krijgen van de Europese Commissie. De BMM vervult ook de Belgische verplichtingen in het kader van ASCOBANS: de BMM coördineert een interventienetwerk dat instaat voor het wetenschappelijk onderzoek van zoogdieren en vogels die aanspoelen op de stranden of als bijvangsten gedood worden. Verder vormen de wereldwijde toenemende scheepvaart en aquacultuur een ernstig probleem. Daardoor worden allerlei vreemde soorten in onze wateren geïntroduceerd. Eén van de uitdagingen waar de BMM momenteel voor staat, is het tot stand brengen van natuurreservaten op zee. Deze moeten ecologisch betekenisvol zijn, zij moeten gekoppeld worden aan een streng beheersplan en door alle betrokken partijen aanvaard worden. De bescherming van het mariene milieu vereist tenslotte een "Geïntegreerd beheer van Kustgebieden" (GBKG), wat een zekere Europese harmonisering verdient. In dit verband was de BMM tijdens het Belgische voorzitterschap van de Europese Unie (tweede halfjaar 2001) de piloot van het ontwerp van GBKG-aanbeveling waarover op 29 oktober 2001 een politiek akkoord bereikt werd. De finale goedkeuring en de toepassing ervan zullen dit concept op gecoördineerde wijze verder gestalte geven. |
Kustvoorspellingen
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
© MUMM | BMM | UGMM 20022012 webmaster@mumm.ac.be De BMM is een departement van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen |