|
|
|
|
|
Welke ecologische risico's brengen de exoten mee? Inheemse soorten zien hun verspreidingsgebied door concurrentie met de exoten of door een veranderd habitat sterk inkrimpen. Sommige exoten groeien zelfs uit tot een plaag; men spreekt dan van invasieve soorten. Het muiltje (Crepidula fornicata), meegekomen met oesters uit Amerika op het eind van de 19e eeuw, groeide uit tot een ware pest voor de lokale oesterkweek. In de Noordzee zijn echter nog geen voorbeelden gekend van soorten die verdwenen zijn als gevolg van de introductie van een exoot, wat wel het geval is in zoet water en estuaria. Ook de voortplanting van onze soorten kan door exoten in het gedrang komen. De Amerikaanse en de inheemse kreeft kunnen samen paren, maar hun nakomelingen zijn steriel.
Men zou kunnen denken dat introducties de soortendiversiteit verhogen. Maar de nieuwkomers zijn meestal snel groeiende soorten, die beter bestand zijn tegen verstoring en vervuiling. Ze voelen zich erg goed thuis in omgevingen die door de mens gecreëerd zijn of sterk onder menselijk invloed staan zoals haven- en kustgebieden. Daar werden talrijke artificiële harde substraten gebouwd of vinden we gebieden die als gevolg van een grote visserijdruk sterk verarmd en geüniformiseerd zijn. Zulke gebieden zijn bijgevolg uitermate geschikt voor niet veeleisende inwijkelingen die de inheemse soorten verplaatsen. Zo dreigt er wereldwijd een vervlakking en uniformisering van de mariene flora en fauna. Dus ook als introducties plaatselijk een grotere soortendiversiteit zouden veroorzaken, kan dit op wereldschaal een verarming aan systeemdiversiteit inhouden. Er bestaat ook een reëel gevaar dat de exoten allerlei geassocieerde organismen en ziekten meebrengen, waartegen de inheemse soorten niet bestand zijn. Zo kwam er met de oesters uit Japan een eencellige parasiet mee die schadelijk is voor de inheemse oesters. Geïntroduceerde micro-organismen, zoals fytoplankton soorten, kunnen een giftige planktonbloei veroorzaken zodat oesters of mosselen ongeschikt zijn voor consumptie. Welke maatregelen zijn er om de risico's te beperken? In België is de opzettelijk introductie van exoten bij wet (art 11 MMM) verboden. Wereldwijd zoekt men naar behandelingstechnieken voor ballastwater die de import langs die weg kunnen tegenhouden. Omdat de aquacultuur een toenemende bron is van introducties, dienen ook daar maatregelen voorzien te worden.
|
Kustvoorspellingen
|
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
© MUMM | BMM | UGMM 20022012 webmaster@mumm.ac.be De BMM is een departement van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen |